Familie Phyllidae - wandelende bladeren
![]() Phyllium giganteum (2 volwassen vrouwen) |
Er zijn ongeveer 20 verschillende soorten wandelende bladeren bekend, een aantal hiervan worden in de cultuur gehouden en gekweekt. Wandelende bladeren stellen hoge eisen aan hun verzorging en het houden van deze dieren in gevangenschap is daarom ook niet zo eenvoudig als b.v. het houden van wandelende takken. Uitval is vaak niet te vermijden, terwijl ik ook generaties heb gehad waarbij alle nimfen volwassenheid haalden. De meeste soorten planten zich sexueel voort, sommige soorten zijn ook in staat zich parthenogenetisch voort te planten, meestal zijn de nimfen dan erg zwak. |
| Wandelende bladeren leven in tropische en subtropische wouden in Azie. Ze zijn te vinden hoog in boomtoppen van Guave en Cacao. De dieren zijn ontzettend goed gecamoufleerd, ze hebben de vorm en de kleur van een blad, ze zijn vaak half ''verdord'' en het lijkt of ze zijn aangevreten. Mannetjes zijn in verhouding een stuk kleiner dan vrouwtjes, de achtervleugels zijn goed ontwikkeld, ze kunnen dan ook goed vliegen. Vrouwtjes hebben grote voorvleugels die net niet het gehele achterlijf bedekken, vrouwtjes kunnen niet vliegen. Mannetjes leven meestal niet zo lang. Hoogstens een paar maanden. Vrouwtjes kunnen wel 1 jaar worden. Mannetjes vervellen 5 keer voor ze volwassen zijn, de vrouwtjes vervellen 7 keer. De meeste soorten wandelende bladeren eten in gevangenschap braamblad, eik, steeneik én guave. Jammer genoeg worden wandelende bladeren zeer weinig aangeboden, de meeste kans maak je op terrariumbeurzen. Het is een vreselijk mooi en interesant dier. Als je er mee wilt beginnen houdt er dan wel rekening mee dat ze enigsins moeilijk te houden zijn en een goede verzorging eisen. Als de kweek lukt zul je er zeker geen spijt van krijgen. Deze insectensoort is zeker geen goed insect om mee te beginnen! |
![]() ![]() ![]() Kleurvarianten Phyllium Bioculatum |
![]() Quercus ilex (wintergroene steeneik) |
Voedsel De dieren hebben in de eerste nimfenstadia eik nodig (m.u.v Phyllium sp. Fillipijnen). Later kunnen ze uitsluitend op braamblad gehouden worden. In de herst verliest de eik zijn bladeren, wat een probleem kan zijn als er in de winter eieren uitkomen. Koop daarom een paar steeneiken, of zaai ze zelf. Deze houden in de winter hun blad en kunnen zo gevoerd worden. Als je ze zelf zaait zijn ze na ongeveer 3 jaar een meter hoog, vanaf dan kun je er voedseltakken vanaf snoeien. Ook een mogelijkheid is om in het najaar eikels te verzamelen, deze leg je 3 dagen in de vriezer, dan plant je ze in vochtige potgrond of humus. Als je ze warm houdt zullen er spoedig jonge eiken boven de grond uitkomen, die je met pot en al in het terrarium bij de wandelende bladeren kunt zetten. Wandelende bladeren eten alleen als de lucht beweegt, door middel van een kleine ventilator. Een kleine computerventilator aangesloten op een adapter voldoet goed. Door middel van een tijdklok kun je hem 3 keer per dag ± 15/20 min laten draaien. |
Verzorging |
![]() Phyllium bioculatum (vrouw) |
![]() Vlinderkooi |
Huisvesting De dieren eisen een goede huisvesting, deze moet goed geventileerd zijn, maar toch rond de 25 graden te houden zijn. Ik behaal de beste kweekresultaten met die temperatuur. Voor een bak van 40 x 40 x 40 cm (lxbxh) heb je een 60 watt lamp nodig om de temperatuur rond de 25 graden te houden. In de zomer moet er een lichtere lamp (minder wattage) in, omdat de temperatuur zelf al hoog wordt, kan de temperatuur erg hard stijgen en zelfs de dood betekenen. Een thermo-hygro meter heb je écht nodig om de vochtigheid en temperatuur goed te kunnen regelen. Zoals je eerder hebt kunnen lezen eten de meeste soorten alleen als er bewegende lucht is, door aan beide kanten van het terrarium een grote ventilatie-strook te bevestigen wordt de luchtbeweging al een beetje geregeld. Toch is het nodig om een kleine computerventilator aan te brengen. Zorg dat de dieren hier niet in kunnen komen, door het bijvoorbeeld boven op het ventilatierooster van het terrarium te leggen, of aan de zijkant te lijmen. Stel een tijdklok zo in dat hij 3 keer per dag 15/20 minuten draait. Vaak gaan ze direct eten zodra de computerventilator begint te draaien. Als de kamertemperatuur binnen minstens 22 graden is, kun je ook een vlinderkooi gebruiken. Dit is een kooi volledig gemaakt van horregaas, door middel van een klein spotje kun je de temperatuur tot 25 graden laten stijgen. De grootte van het terrarium moet je aanpassen aan het aantal wandelende bladeren wat je erin wilt gaan houden, sowieso is het niet goed om er té veel bij elkaar te houden, daar ze elkaar dan gaan aanvreten. |
De nimfen De nimfen van wandelende bladeren zijn erg kwetsbaar, ze blijven snel in waterdruppels plakken en zijn vaak moeilijk aan het eten te krijgen. |
![]() 1 week oud ![]() 2 weken oud Phyllium giganteum (kleurverandering van nimfen) |
![]() Phyllium siccifolium (vrouw) |
Normale prijzen van soorten die worden aangeboden: |
Recent is er een nieuwe soort ontdekt die gemakkelijker blijkt te kweken.
|
![]() Phyllium sp. (jong koppel) |
![]() Phyllium sp. Fillipijnen (parend koppel) |
![]() Phyllium sp. Fillipijnen (achterlijven bij de paring) |
| Tot nu toe ontdekte soorten: | ||
| Onder sommige soorten staan nog een aantal namen, dit zijn synoniemen (andere namen voor dezelfde soort) dit komt doordat enkele soorten door meerdere
entomologen zijn beschreven. Deze worden met rood aangegeven. |
||
| Latijnse naam | Beschreven door: | Beschreven in: |
| Phyllium (Pu.)asekiensis | GRÖßER | 2002 |
| Phyllium athanysus | WESTWOOD | 1859 |
| Phyllium bilobatum | GRAY | 1843 |
| Phyllium (Pu.)bioculatum agathyrsus crurifolium dardanus gelonus magdelainei pulchrifolium scythe |
GRAY |
1832 1843 1838 1859 1843 1857 1838 1843 |
| Phyllium brevipennis | GRÖßER | 1992 |
| Phyllium caudatum | REDTENBACHER | 1906 |
| Phyllium celebicum | DE HAAN | 1842 |
| Phyllium chitoniscoides | GRÖßER | 1992 |
| Phyllium(Pu.)drunganum | YANG | 1995 |
| Phyllium elegans | GRÖßER | 1991 |
| Phyllium (Pu.)exsectum | ZOMPRO | 2001 |
| Phyllium frondosum insulanicum |
REDTENBACHER |
1906 1922 |
| Phyllium geryon | GRAY | 1843 |
| Phyllium (Pu.)giganteum | HAUSLEITHNER | 1984 |
| Phyllium (Pu.)groesseri | ZOMPRO | 1998 |
| Phyllium hausleithneri | BROCK | 1999 |
| Phyllium jacobsoni | REHN & REHN | 1934 |
| Phyllium keyicum | KARNY | 1914 |
| Phyllium monteithi | Brock&Hasenpusch | 2002 |
| Phyllium palawanensis |
GRÖßER | 2001 |
| Phyllium parum | LIU | 1993 |
| Phyllium pusillulum | REHN & REHN | 1934 |
| Phyllium rarum | LIU | 1993 |
| Phyllium (Pu.)schultzei | GIGLIO-TOS | 1912 |
| Phyllium siccifolium folium lauri foliatus chlorophyllia citrifolium stollii brevicorne donovani gorgon |
LINNÉ LINNÉ PERRY STOLL LICHTENSTEIN LE PELETIER & SERVILLE LATREILLE GRAY GRAY |
1758 |
| Phyllium (Pu.) sinensis | LIU | 1990 |
| Phyllium (Pu.) tibetense | LIU | 1993 |
| Phyllium westwoodi | WOOD-MASON | 1875 |
| Phyllium woodi | REHN & REHN | 1934 |
| Phyllium yunnanense |
LIU | 1993 |
| Phyllium zomproi | GRÖßER | 2001 |