Verzorging

 

Je hebt veel verschillende soorten wandelende takken, elke soort eist weer een andere verzorging. Sommige soorten zijn hetzelfde te verzorgen. Bij de "PSG lijst" word de verzorging per soort besproken.

Wat je in ieder geval nodig hebt om wandelendetakken te houden en/of te kweken.

  • Een terrarium (dit wordt besproken bij het onderwerp "Huisvesting")
  • Een nieuwe hogedrukspuit of bloemenspuit
  • Je moet aan de voedseltakken kunnen komen. (Dit wordt besproken bij het onderwerp "Voedsel")
  • Zand, cocopeat of keukenpapier voor op de bodem van het insectarium

  • Het is belangrijk dat er in de hogedrukspuit of bloemenspuit nooit chemische middelen of meststoffen hebben gezeten. Het beste is om bij de aanschaf van wandelende takken ook een nieuwe spuit te kopen. Deze zijn vaak te verstellen op nevel, kleine druppels, grote druppels en een straal (de laatste niet gebruiken).

     
    Je moet voorzichtig omgaan met wandelende takken. Met agressieve soorten moet je ze zó pakken dat ze je niets kunnen doen, door ze bij de thorax (de borst, tussen de voor en achterpoten) te pakken).
    Na het pakken van soorten die een zuur of gif afscheiden je handen wassen, én zorgen dat ze niet vallen of van je hand naar buiten vliegen. (Dit geld natuurlijk alleen voor de soorten die kunnen vliegen).
     
    Het terrarium voor de meeste soorten moet 1 á 2 keer per dag licht worden besproeid met een hogedrukspuit of een bloemenspuit. Als je maar een paar bakken hebt voldoet een bloemenspuit goed. Als je een een groot aantal bakken hebt of een terrariumhoek/hobbykamer is een hogedrukspuit veel handiger. Je hoeft niet steeds te knijpen maar je pompt hem 1 keer op en dan kun je er 2 liter of meer mee sproeien. Meestal wel genoeg voor 1 dag. Op hete dagen moet je op de vochtigheid en de temperatuur letten.
     

    Hogedrukspuit
     
    Het is heel belangrijk dat je zorgt dat de bakken NIET in de zon staan! Zo kan de temperatuur oplopen tot boven de 60 graden en zijn de bewoners van de bak verloren. De temperatuur kun je meten met een thermometer.
    De luchtvochtigheid kun je meten met een hygrometer. De luchtvochtigheid wordt aangegeven met procenten (%). Bij je wandelendebladeren moet je de luchtvochtigheid tussen de 70 en de 85 % houden. Dat kun je meten met een hygrometer. Je hebt ook termo/hygrometers. Die meten de temperatuur én de luchtvochtigheid. Dit is bij veel soorten niet nodig, maar bij sommige soorten noodzakelijk.
    Je noemt de luchtvochtigheid ook wel RV.
     

    Termo/hygrometer
     
    Hoe kun je het beste de eieren verzorgen.
     
    Bij elke beschreven soort in de "PSG lijst" staat hoe je de eitjes het beste kan verzorgen. Alle soorten leggen verschillende eitjes. Je hebt zelfs soorten waarvan elk eitje verschillend getekent is, bijvoorbeeld de Extatosoma tiaratum (PSG 9). Daarbij zijn de eitjes meestal zwart met wit getekent, maar ze leggen ook helemaal zwarte eitjes, of bijna helemaal witte eitjes. Heel verschillend dus.
    De meeste eitjes kun je het beste bewaren op zand of cocopeat.
    Cocopeat is verkrijgbaar in elk tuincentrum. Keukenpapier kan ook gebruikt worden maar daar heb ik zelf niet zo'n goede ervaringen mee.
    De omgeving waar de eitjes liggen moet licht vochtig gehouden worden.
    Ik besproei de eieren wanneer het cocopeat is opgedroogt van de vorige sproeibeurt.
     

    Verschillende soorten, verschillende eieren.